In het Belgische klokkenluidersrecht vormen de termijnen van 7 kalenderdagen en 3 maanden geen loutere administratieve richtlijnen of ordetermijnen, maar dwingende procedureregels van openbare orde. Artikel 9, § 1, 2° van de wet van 28 november 2022 verplicht de meldingsbeheerder om de melder binnen 7 kalenderdagen na ontvangst van het signaal een formele ontvangstbevestiging te bezorgen. Vervolgens schrijft artikel 9, § 1, 6° dwingend voor dat de melder binnen een termijn van ten hoogste 3 maanden na de ontvangstbevestiging inhoudelijke feedback moet ontvangen over de geplande of reeds genomen opvolgingsmaatregelen en de redenen daarvoor. De berekening van deze termijnen volgt de strenge regels van het Gerechtelijk Wetboek (artikelen 52 e.v. Ger.W.). Indien een onderneming deze termijnen overschrijdt, verliest zij het voorrecht van de interne behandeling : de melder verwerft op grond van artikel 14 en artikel 19 van de wet het onmiddellijke recht om direct extern aan te kloppen bij de Federale Ombudsman of de pers in te lichten, met behoud van zijn volledige wettelijke bescherming tegen represailles. Bovendien levert het opzettelijk vertragen of nalaten van de vereiste communicatie een inbreuk op van niveau 4 van het Sociaal Strafwetboek, strafbaar met correctionele gevangenisstraffen tot 3 jaar en geldboeten tot 48.000 euro.
De procedurele architectuur van de tijdslimieten
De Europese richtlijngever en de Belgische wetgever hebben de effectiviteit van het klokkenluidersstatuut opgehangen aan een strak tijdskader. Zonder strikte termijnen belanden meldingen dikwijls in interne vertragingsmanoeuvres, waardoor misstanden voortduren en melders ontmoedigd raken. De wet van 28 november 2022 institutionaliseert een tweefasig tijdspad :
- Fase 1 : De ontvangstbevestiging (Binnen 7 kalenderdagen) : Het formele bewijs van registratie en de aanvang van het onderzoek ;
- Fase 2 : De informatie over de opvolging (Binnen ten hoogste 3 maanden) : De inhoudelijke rapportage over de verrichte onderzoeksstappen, de voorlopige of definitieve bevindingen en de corrigerende acties ;
- Fase 3 : De eventuele verlenging (Uitsluitend voor externe kanalen) : De uitzonderlijke verlenging naar 6 maanden onder strikte wettelijke motivering.
De termijn van 7 dagen voor de ontvangstbevestiging (Artikel 9, § 1, 2°)
Artikel 9, § 1, 2° van de wet van 28 november 2022 stelt : "de melder ontvangt een ontvangstbevestiging van de melding binnen zeven dagen na de ontvangst ervan". Deze verplichting kent specifieke toepassingsmodaliteiten :
Schriftelijke vorm en inhoudelijke vereisten
De bevestiging moet schriftelijk geschieden (via het beveiligde digitale portaal, per beveiligde elektronische post of op papier). Een louter mondelinge toezegging van een manager volstaat niet. De ontvangstbevestiging moet minimaal de volgende elementen omvatten :
- De datum en het exacte tijdstip van ontvangst van de melding ;
- Het unieke dossiernummer ter identificatie van het onderzoek ;
- Een formele bevestiging dat het dossier onder het beschermingsstatuut van de wet van 28 november 2022 valt ;
- De uitdrukkelijke herinnering aan de wettelijke geheimhoudingsplicht ten aanzien van de identiteit van de melder ;
- Informatie over het verdere verloop van de procedure en de maximale termijn van 3 maanden voor de inhoudelijke feedback ;
- Informatie over de externe meldkanalen bij de Federale Ombudsman en de bevoegde toezichthouders.
Uitzondering : Uitdrukkelijk verzet of gevaar voor de anonimiteit
De wet voorziet in twee limitatieve uitzonderingen waarin de ontvangstbevestiging achterwege mag blijven :
- Indien de melder zich uitdrukkelijk heeft verzet tegen het ontvangen van een bevestiging ;
- Indien de meldingsbeheerder gegronde redenen heeft om aan te nemen dat het verzenden van een bevestiging de bescherming van de identiteit van de melder in gevaar zou brengen (bijvoorbeeld indien de melding werd gedaan via een gedeeld professioneel e-mailadres waarop managers of collega's meekijken).
De termijn van 3 maanden voor feedback en opvolging (Artikel 9, § 1, 6°)
De tweede wettelijke fatale termijn betreft het verstrekken van feedback aan de melder binnen een termijn van ten hoogste drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging (of, indien geen bevestiging werd verzonden, binnen drie maanden na het verstrijken van de zeven dagen na de melding).
Wat moet de feedback materieel inhouden?
Artikel 2, 9° van de wet definieert feedback als "het verstrekken van informatie aan de melder over de als opvolging geplande of genomen maatregelen en over de redenen voor die opvolging". De feedback mag geen nietszeggende formule zijn. De werkgever moet de melder naar behoren informeren over :
- De beoordeling van de ontvankelijkheid van de melding ;
- De ingestelde feitenonderzoeken (interne audits, forensische analyses, getuigenverhoren) ;
- De reeds genomen maatregelen ter beëindiging van de misstand (zoals schorsing van verdachte functionarissen, aanpassing van financiële controles of herstel van veiligheidsprocedures) ;
- De geplande structurele maatregelen en verbeteringen in het managementsysteem ;
- De eventuele beslissing om het dossier te seponeren wegens kennelijke ongegrondheid of gebrek aan bewijs, met een omstandige motivering van de feitelijke en juridische gronden ;
- De eventuele overdracht van het dossier aan de gerechtelijke autoriteiten (het arbeidsauditoraat of het parket van de procureur des Konings).
Vertrouwelijkheid versus informatierecht
Bij het formuleren van de feedback moet de meldingsbeheerder balanceren tussen de informatieplicht jegens de melder en het recht op privacy en het vermoeden van onschuld van de beklaagde onder de AVG. Medische gegevens, disciplinaire sancties van individuele personeelsleden of bedrijfsgeheimen die niet noodzakelijk zijn voor het inzicht in de opvolging, hoeven niet in detail te worden vrijgegeven.
Berekeningsregels volgens het Gerechtelijk Wetboek (Artikelen 52 e.v. Ger.W.)
In het Belgische recht worden wettelijke termijnen beheerst door de algemene beginselen van het Gerechtelijk Wetboek, tenzij de bijzondere wet uitdrukkelijk afwijkt. Voor de Klokkenluiderswet gelden de volgende rekenregels :
Kalenderdagen versus werkdagen
De termijn van 7 dagen bestaat uit kalenderdagen. Zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen tellen onverkort mee. Dit vereist dat de meldingsbeheerder over een permanent permanentiesysteem beschikt, met name tijdens vakantieperiodes of lange weekends.
De dies a quo en dies ad quem
Overeenkomstig artikel 52 Ger.W. is de dag waarop de melding binnenkomt (de dies a quo) niet in de termijn begrepen. De termijn begint te lopen op de dag volgend op de dag van ontvangst om 00:00 uur en eindigt op de laatste dag om 24:00 uur (de dies ad quem).
Verlenging bij zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen (Artikel 53 Ger.W.)
Indien de zevende dag valt op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag in België, wordt de vervaldag verplaatst naar het einde van de eerstvolgende werkdag om 24:00 uur. De officiële Belgische feestdagen die een verschuiving kunnen veroorzaken zijn :
- Nieuwjaar (1 januari) ;
- Paasmaandag ;
- Feest van de Arbeid (1 mei) ;
- Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart (Hemelvaartsdag) ;
- Pinkstermaandag ;
- Nationale Feestdag (21 juli) ;
- Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart (15 augustus) ;
- Allerheiligen (1 november) ;
- Wapenstilstand (11 november) ;
- Kerstmis (25 december).
Voor de 3-maandentermijn geldt artikel 54 Ger.W. : de termijn die in maanden is bepaald, wordt gerekend van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste van de desbetreffende maand (bijvoorbeeld van 15 maart tot 15 juni om 24:00 uur).
Het verbod op stilzwijgende verlenging in het interne kanaal
Een veelvoorkomende juridische dwaling onder Belgische werkgevers is de veronderstelling dat de 3-maandentermijn in het interne kanaal eenzijdig kan worden verlengd naar 6 maanden wegens de complexiteit van het dossier. De wettekst is op dit punt kristalhelder :
Verlenging is voorbehouden aan externe kanalen (Artikel 15)
De mogelijkheid om de opvolgingstermijn te verlengen naar maximaal zes maanden (in naar behoren gerechtvaardigde gevallen) is door de wetgever in artikel 15, § 1, 5° uitsluitend toegekend aan bevoegde externe autoriteiten (zoals de Federale Ombudsman of de FSMA). Voor het interne kanaal van private werkgevers voorziet artikel 9 geen enkele wettelijke grondslag voor termijnverlenging.
Handelen bij onvoltooid onderzoek na 3 maanden
Indien het interne feitenonderzoek na drie maanden wegens buitengewone complexiteit, internationale rechtshulp of langdurige forensische IT-audits nog niet definitief is afgerond, mag de werkgever niet eenvoudig zwijgen. De meldingsbeheerder dient vóór het verstrijken van de 3 maanden een formele tussentijdse feedback te verstrekken. Daarin wordt gedetailleerd uiteengezet welke stappen reeds zijn voltooid, welke onderzoeken nog lopen en binnen welk realistisch tijdsbestek de definitieve conclusies worden verwacht.
Rechtsgevolgen van termijnoverschrijding voor de werkgever
Het overschrijden van de fatale termijnen brengt zware juridische repercussies met zich mee op drie verschillende niveaus :
Verlies van het interne primaat : Onmiddellijk recht op extern melden
De wetgever stimuleert in beginsel het intern melden. Echter, zodra de werkgever de termijn van 7 dagen of 3 maanden overschrijdt zonder de vereiste acties te ondernemen, verwerft de werknemer op grond van artikel 14 van de wet het directe wettelijke recht om het interne kanaal te verlaten en een externe melding in te dienen bij de Federale Ombudsman of de bevoegde sectorale toezichthouder, zonder dat de werkgever hem enig plichtsverzuim of schending van loyaliteit kan tegenwerpen.
Recht op publieke openbaarmaking via de pers (Artikel 19)
Nog ingrijpender is de werking van artikel 19 van de wet betreffende de openbaarmaking. Indien een werknemer intern heeft gemeld en binnen de wettelijke termijn van 3 maanden geen passende opvolgingsmaatregelen of feedback heeft ontvangen, geniet hij volledige wettelijke bescherming indien hij besluit de feiten direct openbaar te maken via de pers, televisie, radio of online platforms. De werkgever kan zich in dat geval niet beroepen op geheimhoudingsbedingen of reputatieschade.
Strafrechtelijke en administratieve vervolging (Sociaal Strafwetboek)
Het opzettelijk negeren van de wettelijke termijnen of het frustreren van de opvolging wordt gekwalificeerd als het belemmeren van een melding. Dit valt onder artikel 29/1 van het Sociaal Strafwetboek (sanctie niveau 4) :
- Gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar voor de verantwoordelijke bestuurders of managers ;
- Strafrechtelijke geldboete van 4.800 tot 48.000 euro per inbreuk ;
- Administratieve geldboete van 2.400 tot 24.000 euro opgelegd door de Directie Administratieve Geldboeten.
Bewijskracht en registratie in het meldregister (Artikel 11)
Om zich in rechte te kunnen verweren tegen beschuldigingen van termijnoverschrijding of represailles, is de werkgever op grond van artikel 11 van de wet verplicht een register bij te houden van alle ontvangen meldingen :
Forensische audit trail
Het meldregister moet voorzien in een onwijzigbare en cryptografisch beveiligde audittrail (zoals voorzien in UNOVOX) waarin de exacte tijdstempels van verzending en lezing van de ontvangstbevestiging en de feedback worden gelogd. Vage Excel-bestanden of handmatige agenda-aantekeningen worden door de arbeidsrechtbank verworpen bij betwisting.
Bewaarplicht en vernietiging
De gegevens in het register worden bewaard zolang de contractuele relatie van de melder duurt en maximaal tot het tijdstip waarop de gemelde inbreuk is verjaard overeenkomstig het toepasselijke recht, met een absolute limiet die door de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) wordt gesteld op 5 jaar na de definitieve afsluiting van het onderzoek, tenzij een gerechtelijke procedure aanhangig is.
Vergelijkingstabel van termijnen onder de Belgische wetgeving
Onderstaande matrix geeft een overzicht van de wettelijke termijnen per meldkanaal :
| Fase / Verplichting | Intern Kanaal (Art. 9) | Extern Kanaal (Art. 15) | Openbaarmaking (Art. 19) |
|---|---|---|---|
| Ontvangstbevestiging | Binnen 7 kalenderdagen na ontvangst. | Binnen 7 kalenderdagen na ontvangst. | Niet van toepassing (direct openbaar). |
| Inhoudelijke feedback | Binnen ten hoogste 3 maanden na verzending bevestiging. | Binnen 3 maanden (uitzonderlijk verlengbaar tot 6 maanden). | Beschermd indien eerdere termijnen door ontvangers geschonden zijn. |
| Verlengingsmogelijkheid | Geen wettelijke verlenging ; enkel tussentijdse statusrapportage. | Tot maximaal 6 maanden mits voorafgaande schriftelijke motivering. | Niet van toepassing. |
| Gevolg bij termijnoverschrijding | Melder mag direct extern melden of feiten openbaar maken. | Melder mag feiten direct openbaar maken met behoud bescherming. | Onomkeerbare reputatieschade en publieke aansprakelijkheid. |
| Sanctie voor entiteit | Niveau 4 Sociaal Strafwetboek (tot 48.000 € boete en 3 jaar cel). | Tuchtrechtelijke en administratieve aansprakelijkheid toezichthouder. | Geen wettelijke actie mogelijk tegen te goeder trouw melder. |
Checklist voor termijnbewaking door Belgische werkgevers
Om te voorkomen dat de onderneming in overtreding raakt, moeten compliance officers en HR-afdelingen de volgende operationele stappen implementeren :
- Geautomatiseerde ontvangstbevestiging via SaaS-token : Stel het systeem zodanig in dat bij elke indiening van een melding automatisch een ontvangstbewijs met tijdstempel wordt gegenereerd ;
- Dubbele kalenderbewaking : Koppel een geautomatiseerd waarschuwingssysteem aan het meldregister dat alarm slaat op dag 5 (voor de 7-dagentermijn) en na 60 en 75 dagen (voor de 3-maandentermijn) ;
- Vervangingsprotocol bij afwezigheid : Zorg dat de meldingsbeheerder beschikt over een formele plaatsvervanger tijdens ziekte of vakantie, met strikte overdracht van encryptiesleutels ;
- Standaardformats voor tussentijdse rapportering : Houd gevalideerde juridische sjablonen gereed voor het geval een complex feitenonderzoek na 75 dagen nog niet is afgerond ;
- Periodieke audit van het meldregister : Verifieer maandelijks of alle openstaande dossiers voldoen aan de chronologische mijlpalen van artikel 9 van de wet.
De wisselwerking tussen de 3-maandentermijn en de privacyrechten van de beklaagde onder de AVG
Tijdens het doorlopen van de 3-maandentermijn ontstaat in de praktijk dikwijls een acute spanning tussen de onderzoeksplicht van de werkgever en de privacyrechten van de beklaagde onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De persoon tegen wie de melding is gericht, kan immers trachten het onderzoek te doorkruisen door een verzoek tot inzage in te dienen op grond van artikel 15 AVG :
- Beperking van het inzagerecht (Artikel 23 AVG en artikel 43 Belgische Kaderwet) : Artikel 43 van de Belgische wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens staat uitdrukkelijk toe dat het inzagerecht van de beklaagde tijdelijk wordt opgeschort of geweigerd ter vrijwaring van het toezicht, de controle en de gerechtelijke of administratieve onderzoeken ;
- Bescherming van de bron : De meldingsbeheerder mag in geen geval gevolg geven aan een inzageverzoek indien dit rechtstreeks of onrechtstreeks zou kunnen leiden tot de identificatie van de klokkenluider, diens facilitators of getuigen ;
- Hoor en wederhoor versus geheimhouding : Alvorens definitieve conclusies te formuleren binnen de 3 maanden, moet de beklaagde gehoord worden over de feiten die hem ten laste worden gelegd. Dit recht op verdediging impliceert echter niet dat de beklaagde inzage krijgt in het integrale meldingsdossier of de identiteit van de aangever ; enkel de zakelijke en feitelijke elementen worden voorgelegd.
Veelgestelde vragen over termijnen in België (FAQ)
Tellen zaterdagen en zondagen mee voor de 7-dagentermijn in België?
Ja. De termijn van 7 dagen bestaat uit kalenderdagen. Zaterdagen en zondagen tellen mee. Echter, indien de zevende dag valt op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, wordt de termijn op grond van artikel 53 van het Gerechtelijk Wetboek verlengd tot het einde van de eerstvolgende werkdag.
Wat moet de werkgever doen als het feitenonderzoek na 3 maanden nog niet klaar is?
Aangezien de wet voor het interne kanaal geen formele verlenging naar 6 maanden toestaat, moet de werkgever vóór het verstrijken van de 3 maanden een omstandige tussentijdse feedback bezorgen aan de melder, met toelichting van de verrichte handelingen en de verwachte einddatum.
Begint de 3-maandentermijn te lopen op de dag van de melding of de dag van de bevestiging?
De termijn vangt formeel aan op de dag volgend op de verzending van de ontvangstbevestiging. Indien de werkgever nalaat een ontvangstbevestiging te verzenden, begint de termijn van drie maanden te lopen vanaf de achtste dag na de indiening van de melding.
Geldt de 3-maandentermijn ook voor anonieme meldingen in België?
Ja. Wanneer de anonieme melder gebruikmaakt van een beveiligd platform met een cryptografische sleutel of token (zoals UNOVOX), moet de werkgever de ontvangstbevestiging binnen 7 dagen en de feedback binnen 3 maanden in het beveiligde portaal plaatsen.
Wat zijn de gevolgen indien de werkgever geen enkele reactie geeft binnen 7 dagen?
Het overschrijden van de 7-dagentermijn ontneemt de werkgever het recht om te eisen dat de melder het interne kanaal afwacht. De werknemer heeft op grond van artikel 14 direct het recht om extern te melden bij de Federale Ombudsman met behoud van alle bescherming.
Kan de werkgever de ontvangstbevestiging per gewone post versturen?
Ja, mits de vertrouwelijkheid gewaarborgd is (bijvoorbeeld via een aangetekende brief gemarkeerd als 'strikt vertrouwelijk en persoonlijk'). Echter, een beveiligd digitaal platform met tijdstempel verdient veruit de voorkeur ter vermijding van bewijsmoeilijkheden.
Welke feestdagen in België verlengen een fatale termijn?
Alle tien de wettelijke feestdagen : Nieuwjaar (1 januari), Paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, Pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1 november, 11 november en 25 december. Gemeenschapsfeestdagen (zoals 11 juli in Vlaanderen of 27 september in Wallonië) gelden enkel als wettelijke feestdag indien dit uitdrukkelijk in de toepasselijke sectorale cao is overeengekomen.
Welke sanctie riskeert het management bij opzettelijk traineren van een melding?
Het belemmeren van een melding door het opzettelijk schenden van termijnen is een misdrijf van niveau 4 van het Sociaal Strafwetboek, strafbaar met een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en/of geldboeten van 4.800 tot 48.000 euro per inbreuk.
Mag de werkgever de melder vragen om de termijn in onderling overleg op te schorten?
Nee. De termijnen onder de wet van 28 november 2022 zijn van dwingend recht en raken de openbare orde. Een werknemer kan niet geldig afstand doen van zijn wettelijke rechten onder de Klokkenluiderswet ; elk andersluidend beding is van rechtswege nietig.
Wat als de melder na de ontvangstbevestiging weigert mee te werken aan het onderzoek?
Indien de melder weigert te antwoorden op verduidelijkende vragen en het dossier onvoldoende concrete elementen bevat om verder onderzoek te rechtvaardigen, kan de meldingsbeheerder het onderzoek gemotiveerd afsluiten en dit als formele feedback binnen de 3 maanden meedelen.
Kan de melder een schadevergoeding eisen louter wegens het overschrijden van de 7-dagentermijn?
De schending van de termijn leidt in eerste instantie tot strafrechtelijke handhaving en het verlies van de interne meldprioriteit. Indien de melder aantoont dat de termijnoverschrijding hem aantoonbare morele of materiële schade heeft berokkend, kan hij een civiele vordering instellen voor de arbeidsrechtbank.
Hoe bewaart UNOVOX het bewijs van tijdige verzending voor de rechtbank?
UNOVOX genereert conform RFC 3161 cryptografische tijdstempels en auditlogs die onweerlegbaar aantonen op welk tijdstip de ontvangstbevestiging en de feedbackberichten werden gegenereerd en beschikbaar gesteld, wat geldt als bindend bewijs in rechte.
Wat gebeurt er als de melder na 3 maanden geen reactie krijgt en direct naar de pers stapt?
Op grond van artikel 19 van de wet geniet de melder in dat geval van rechtswege de volledige wettelijke klokkenluidersbescherming. De werkgever kan hem niet ontslaan of disciplinair bestraffen wegens schending van het beroepsgeheim of loyauteitsverplichtingen.
Geldt de 3-maandentermijn ook indien de onderneming een extern advocatenkantoor inschakelt?
Ja. Het uitbesteden van het onderzoek aan een extern advocatenkantoor of auditbureau schort de wettelijke termijn geenszins op. De werkgever blijft als juridische entiteit eindverantwoordelijk voor de stipte naleving van de driemaandelijkse feedbacktermijn.
Beheer uw wettelijke termijnen foutloos met UNOVOX
Voorkom sancties van niveau 4 en reputatierisico's. UNOVOX automatiseert de ontvangstbevestiging binnen 7 dagen en bewaakt de 3-maandentermijn met actieve notificaties conform de Belgische wetgeving.
Coördinatie tussen de 3-maandentermijn en het Belgisch ontslagrecht
Een van de meest delicate juridische vraagstukken onder de wet van 28 november 2022 is de interactie tussen de driemaandelijkse termijn voor het verstrekken van feedback aan de melder en de extreem korte termijnen van het Belgische arbeidsrecht inzake ontslag om dringende reden.
De driedaagse termijn van artikel 35 van de Arbeidsovereenkomstenwet
Op grond van artikel 35 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten moet een ontslag om dringende reden ter kennis worden gebracht binnen een strikte termijn van drie werkdagen nadat de partij die zich op de dringende reden beroept, voldoende zekerheid heeft verkregen over de feiten. Wanneer een intern meldkanaal ernstige frauduleuze handelingen of strafrechtelijke inbreuken van een werknemer of leidinggevende aan het licht brengt, mag het intern onderzoek niet nodeloos wachten op het verstrijken van de 3 maanden van artikel 12 van de klokkenluiderswet. Zodra de bevoegde onderzoeker of de compliance officer het onderzoek afrondt en de feiten aan de directie rapporteert, gaat de fatale driedaagse termijn onherroepelijk in. Te laat optreden leidt tot de onregelmatigheid van het ontslag voor de Arbeidsrechtbank, met verplichte uitbetaling van een opzeggingsvergoeding tot gevolg.
Bewijswaarde van het onderzoeksverslag voor de Arbeidsrechtbank
Het schriftelijke eindverslag van de interne meldingsbeheerder bezit geen authentieke bewijskracht, maar geldt als een geheel van gewichtige vermoedens in de zin van artikel 1353 van het Burgerlijk Wetboek. De arbeidsrechtbanken toetsen nauwgezet of het onderzoek is gevoerd met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor en de beginselen van behoorlijk onderzoek. Werd de betichte werknemer niet in de gelegenheid gesteld zijn verweer te formuleren, dan kan het verslag als onbetrouwbaar terzijde worden geschoven, waardoor de werkgever het risico loopt zowel veroordeeld te worden tot een opzeggingsvergoeding als tot de bijzondere beschermingsvergoeding indien de melder ten onrechte het voorwerp was van bewarende maatregelen.